Hadis

(1)Wie iemand een goede daad laat verrichten, wordt beloond als degene die de goede daad verricht. (Cami-us Saghir: 2/14)

 

(2)Onderschat geen één goede daad, ook al bestaat het alleen maar uit een glimlach.(Riyazus- Salihin: 1/79)

 

(3)Wanneer een moslim(a) zijn moslimbroeder/-zuster bezoekt, lopen 70000 engelen met hem/haar mee en bidden voor hem tot Allah. Ze smeken; “O Allah, hij heeft zijn broeder bezocht opdat jij tevreden met hem zult zijn. Wees tevreden met hem.” (Tergib vet-Terhib: 3/364)

 

(4)Een held is niet iemand die zijn vijand overwint maar iemand die tijdens een woedeaanval zijn woede onder controle kan houden. (Muhtar-ul Ehadis: 125)

 

(5)Goede daden beschermen je tegen het slechte.(muhtar-ül Ehâdis: 90)

 

(6)Ik beloof het paradijs aan degenen die beloven op hun woorden te letten en zichzelf te onthouden van onzedelijkheid. (Câmi-us Saĝir: 2/156)

 

(7)Allah houdt ervan dat je het werk waarmee je bezig bent op de beste manier uitoefent.(Câmi-us Saĝir: 1/65)

 

(8)Neem een vrijgevige persoon niet kwalijk. Allah zal hem helpen bij zijn fouten. (Íhyâ: 3/169)

 

(9)Degene die de problemen van moslims niet deelt, hoort niet bij hen. (Câmi-us Saĝir: 2/494)

 

(10) Het tijdstip dat een moslim zo dicht mogelijk bij Allah is, is tijdens de protsernatie (sadjdah).(Râmuz-el ehâdis: 79)

 

(11) Een goed gelovige is degene die weet dat Allah altijd nabij is waar dan ook. (Muhtâr-ül Ehadis: 25)

 

(12) Zaken die beginnen zonder “In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle” te zeggen, kunnen niet tot succes leiden. (İhya: 1/185)

 

(13) Een onbetrouwbaar persoon is niet religieus, en een persoon die zijn afspraken niet nakomt heeft geen religie. (Cami-us Sağir: 2/171).

 

(14) Goedheid verdwijnt niet. Een zonde wordt niet vergeten. Allah die Deyyaan (absolute regeerder) is, is onsterfelijk. Doe wat je wilt. Je verdiende loon zul je ongetwijfeld krijgen.(Muhtar-ül Ehadis: 58)

 

(15) Iemand die zich in zondes begeeft, vernauwt zijn verdiensten. (Ruh-ül Beyan: 2/135)

 

(16) Allah die genadevol is zal barmhartig zijn tegen degenen die barmhartig zijn tegen anderen. Allah de verhevene zegt: “Wees barmhartig tegen wat er op aarde leeft opdat degenen in de hemel barmhartig zijn tegen jou.” (Muhtar-ül Ehadis: 81)

 

(17) Wanneer een moslim takbîr=Allah-u Akbar (Allah is de allergrootste) zegt, vult deze takbîr de ruimte tussen hemel en aarde. (Cami-üs Saĝir: 1/29)

 

(18) Wie zich onder een ongepaste groep bevindt, hoort tot die groep. (Râmuz: 441)

 

(19) Neem geen alcohol. Dit is echter de sleutel voor iedere slechte daad. (Tirmizi: 4/290)

 

(20) Het paradijs ligt onder de voeten van moeders.(Câmi-üs Saĝir: 125)

 

(21) Een moslim houdt van gezelschap houden en mensen houden van zijn gezelschap. Een vervelend persoon die niet geliefd is, is geen goede mens.(Íhya: 2/139)

 

(21) Wie ons misleidt hoort niet bij ons. (Muhtâr-ül Ehadis: 143)

 

(22) Betrouwbaarheid brengt welzijn met zich mee. Onbetrouwbaarheid brengt armoede met zich mee.(Muhtâr-ül Ehâdis: 27)

 

(23) Een vader kan zijn kinderen geen waardevollere erfenis nalaten dan een goede opvoeding. (Tirmizi)

 

(24) Trek schone kleren aan. Gebruik de beste voertuigen. Wees gerespecteerd tussen mensen.(Riyazüs-Salihin no: 801)

 

(25) Een eerlijke, betrouwbare handelaar zal in het hiernamaals samen met de profeten, de betrouwbaren en martelaren zijn. (Muhtâr-ül Ehadis: 46)

 

(26) Vrees Allah en maak geen onderscheid tussen je kinderen. (Muhtar-ül Ehadis: 51)

 

(27) Allah kijkt niet naar je uiterlijk en wat voor vermogen je hebt. Hij kijkt naar je hart en je daden.(Müslim Muhtasar: 3/158)

 

(28) Vergelijk jezelf niet met degenen die het beter hebben dan jij, maar met degenen die het slechter hebben. Hierdoor besef je beter wat Allah je gegund heeft. (Müslim Muhtasar: 3/428)

 

(29) Laat hem/haar die in Allah en in het hiernamaals gelooft, iets goeds zeggen of zwijgen. (Buhari: 7/79)

 

(30) Schaamte is van het geloof. Het geloof is van het paradijs. Schaamteloosheid is van grofheid. En de grofheid is van de hel. (Sünen-i Tirmizi: 2077)

 

(31) Moge Allah degene belonen die zijn kennis die hij van ons geleerd heeft doorverteld, precies zoals hij het heeft geleerd. Degenen die kennis overdragen zijn vaak beter dan degenen die luisteren.(Muhtar-ül Ehadis: 152)

 

(32) Degene die mensen niet bedankt, bedankt ook Allah niet. (Feth-ül Kebir: 3/364)

 

(33) In het hiernamaals moeten we zelfs verantwoording afleggen voor iedere stap die we hebben gezet. (Cami-üs Saĝir: 2/125)

 

(34) Je bent geen goede moslim als je hebt gegeten terwijl je weet  dat je buurman honger heeft. (Muhtar-ül Ehadis)

 

(35) Niemand van jullie gelooft werkelijk totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij  voor zichzelf wenst. (Muhtar-ül Ehadis: 159)

 

(36) Sta vroeg op om brood te verdienen en om in je behoeftes te voorzien. Vroeg beginnen is winstgevend. (Keşf-ül Hafa: 1/330)

 

(37) Allah heeft geen kans gelaten voor een smoes aan een persoon die Hij tot zijn 60e heeft laten leven.(Riyaz-üs Salihin: 1/75)

 

(38) Iemand die iets slecht heeft gehoord en dit verspreidt is net zo zondig als degene die is begonnen met verspreiden.

 

(39) Allah is zachtmoedig en houdt van zachtmoedigheid. Beloning die hij niet geeft bij geweld en andere zaken geeft hij bij zachtmoedigheid. (Müslim: 3/162)

 

(40) Alleen degenen die uit ontucht zijn geboren en ontucht in hun bloed zitten kunnen het lef hebben de religie van mensen te beledigen.(Feyz-ül Kadir: 2/236)